31 augustus 2021 – Een onzekere nacht, maar alleen ben je níet

Het is zondagnacht 24.00 uur, gespannen zit ik achterin de taxi; waar brengt de chauffeur me heen? Na al mijn pogingen is het me na een half uur nog steeds niet duidelijk. “No comprendo”, is het enige repeterende antwoord. Ik slaak een diepe zucht…

29 augustus

We varen naar Muros, naar de baai “Ensenada de San Francisco”. Een mooie ankerplek, gisteren ankerden wij bij Camariñas. Heerlijk (met uitzicht op strand) weer achter je anker te wonen! Na de avondmaaltijd besluiten we een aflevering van Penoza te kijken; lang leve het Anna Sophia 2 wifi netwerkje!

“Wat is er?” vraag ik. Onrustig ligt Jan op het langste gedeelte van de rondzit. “O, ik heb last van mijn schouderblad, eigenlijk de hele dag al.” Onderzoekend kijk ik hem aan en dan: “ik ga naar bed, weet het niet”. Nog geen 10 minuten later hoor ik hem er weer uitspringen. Oeps, dit is niet goed, vliegensvlug spring ik letterlijk in spijkerbroek en shirt. “Bel Frits”, onze vriend/arts in Nederland is de eerste die in me opkomt. Sh… we liggen voor anker in het stikdonker, wat gaan we doen! 

Naar de haven varen is geen optie, realiseer ik me direct. Anker op, aanvaren voorbereiden, nú manoeuvreren op plotter en radar, bovendien is het een klein haventje. Weet niet eens of we er kunnen liggen. En dan? De havenmeester is natuurlijk naar huis, dit duurt te lang en gaan we niet doen!

“Ja Frits inderdaad, ik moet ernaar laten kijken, ik bel de Radio Medische Dienst voor zeevarenden” hoor ik naast me. “Oké kleed je aan.” In tempo grijp ik tas, medicijnen, toiletspullen, alle bootpapieren, paspoorten, vaccinatiebewijzen, verzekeringspas, alle andere passen, telefoon. Het is 22.00 uur en we zijn uiterst kalm wanneer Jan het nachtnummer van de Radio Medische Dienst belt. “Ik verbind U door met een arts”, klinkt het vanuit Nederland. Wanneer ik de antwoorden op de vragen hoor, besef ik pas echt hoe alarmerend het is: pijn op de rug, uitstralend naar de linkerarm, tintelende vingers…..

“Ik lig op zee”. Heeft U medicijnen?” Geschrokken baal ik nu als een stekker. Tijdens de vorige reis had ik de complete medicijnvoorziening voor zeevarenden aan boord, dus óók hartmedicatie. Alles genummerd vlgs de lijst van de Radio Medische Dienst, (te gebruiken op aanwijzing). Pilletje onder de tong, spuitje; alles zo voor het grijpen. Dít keer, onder het motto: we blijven voorlopig toch in Europa, heb ik me beperkt tot gangbare reizigersmedicijnen, aangevuld met persoonlijke medicatie + penicillines, ontsmettings- en verbandmiddelen en hechtmaterialen. Dit doe ik dus nooit meer zo, ook achter je anker of tijdens 2 of 3 nachtjes varen ben je gewoon op jezelf aangewezen. Wat is dit waardeloos.

Bijna besluiten de arts en Jan naar de haven te varen. Ik schud mijn hoofd: “Mijn vrouw vindt dat geen goed idee.”, hoor ik. En omdat we op zee alles alleen doen, als we er beiden een goed gevoel bij hebben, weet ik dat dat niet doorgaat; geen optie! “Ik moet mijn bloeddruk meten”, vliegensvlug haal ik de meter van zijn plek, sluit hem aan, gespannen kijken we nu samen toe. We schrikken: die is dus TORENSHOOG. Varen en inspanning?: oh, wat ben ik blij voet bij stuk te hebben gehouden.

Jan doet verslag: “De arts schakelt de Nederlandse Kustwacht in, die schakelt de Spaanse Kustwacht in en daarna word ik (worden we, dachten we) van boord gehaald, ik moet nu de plaatselijke 112 bellen voor het ziekenhuis.”

Al snel gaat Jan’s telefoon: Salvamento Maritimo; (Spaanse reddingsbrigade) met vragen over de medische situatie, of er een helikopter of reddingsboot nodig is en of we VHF (marifonieverbinding) hebben. 

“Anna Sophia 2, Anna Sophia 2, this is the Spanish Coastguard” klinkt het luid en duidelijk door de marifoon. Geschakeld op kanaal 11, doe ik uiterst kalm en precies volgens de (marifoon)regels verslag en is het nu mijn beurt alle vragen te beantwoorden. “Anna Sophia 2, do you reach me?” “Here Anna Sophia 2, over” ”We pick up the patient, the ETA is in 10 minutes, over.” De ETA (aankomsttijd) wordt nu elke 2 minuten gemeld. Jan had het naast mij, nu in contact met 112, veel lastiger: de Spanjaarden hier spreken alleen Spaans, en wij dus niet! In de derde persoon hoorde ik hem met eindeloos geduld alle patiëntgegevens doorgeven. Op de achtergrond converseert op kanaal 11 Salvamento Maritimo met de Coastguard over het al dan niet inschakelen van een helikopter. 

23.00 uur: we staan naast elkaar in het stikdonker op het dek. Binnenverlichting, navigatie, marifoon en hydrofoor zijn uit. Ankerlier staat aan, check, je weet nooit helemaal zeker of er niet ingegrepen moet worden (losliggen, weersomslag.) De kajuitingang en ramen zijn op slot, wij staan achter de zeerailing…. We zien zwaailichten en een enorme opbouw aan verlichting komt in noodvaart op ons af. Jan geeft signalen met het zoeklicht, een serieuze reddingsboot stuift langszij, mega stootwillen worden uitgeworpen, lijnen ons toegeworpen! Vliegensvlug maakt Jan de achterlijn vast op het achterschip. Ik grijp de tassen en mondkapjes “spring jij maar eerst” klinkt het naast me. Ik spring en “no, no wait” roep ik. De boot stuift alweer weg! De bedoeling was 1 persoon te evacueren (Covid). “I am not the patient” roep ik in de wind. Verbijsterd kijken twee mannen me aan: Met veel omhaal wordt de boot wederom zo dicht mogelijk bij de Anna Sophia 2 gebracht, Jan springt! “Inside, inside” commandeert de redder. We zitten binnen, samen op een bankje achter de kapitein van het geheel. Onder de indruk kijk ik naar het enorme radarscherm recht voor me. Met 26 knp racet de boot naar de kade. “De ambulance staat er al”, hoor ik naast me. In het licht op de kade, blauwe zwaailichten flikkeren, een brancard met wit laken voor de opengeslagen deuren. Een rijtje toeschouwers. We worden van boord gehaald en Jan weggevoerd! En ik? Ik wil mee, maar dat was niet de bedoeling!

Door de geopende ambulancedeur geven we elkaar een hand “I don’t leave without my wife”. “No,no, just one person COVID.” Ik doe een stap naar achteren en besluit een taxi te nemen, met het gevaar ook niet in het ziekenhuis te worden toegelaten, neem ik toch het risico, waarheen moet ik anders? Daar ergens drijft mijn huis, hier op de grond gaan zitten? Ik wil er bij zijn! Vliegensvlug geef ik Jan zijn medicijnen en verzekeringspas en pas dan…..realiseer ik me mijn portemonnee op de boot te hebben laten liggen, vergeten!

Ontredderd schiet ik de dichtst bijstaande persoon aan. Dat blijkt de havenmeester van het kleine haventje, geflankeerd door de Guardia Civil, te zijn. De tas met bootpapieren druk ik in een reflex stevig tegen me aan en ontredderd vertel ik de havenmeester mijn verhaal. Mannen van 112 kijken toe. “They bring him to the local hospital, if you need me, call me”, zegt de havenmeester. Snel zet ik zijn telefoonnummer in mijn telefoon. Godzijdank wist ik nog een telefoonoplader mee te grissen, alvorens we de Anna Sophia 2 verlieten, het ding is bijna leeg, ook dat nog! De plaatselijke hulpdienst wenkt me (geen Engels, zucht) en in een oogwenk zit ik achterin het 112 busje.

De ambulancemedewerkers zijn een man en jonge vrouw. De vrouw week geen millimeter van het protocol. De man volgde dat natuurlijk ook, maar stond me wel op te wachten bij het ziekenhuis. Naar binnen mocht ik niet, hij knipoogde: “exception, exception, emergency”, en loodste me langs verbaasd kijkende figuren in het blauw op ziekenhuisklompen, naar binnen. Snel volgde ik hem, de lange gang door, rechtsaf een wachtkamer in, weer opstaan en: daar was Jan, gezeten in een rolstoel. “Here she is”, klonk het naast me. Opgelucht kijkt Jan me aan. Hij wordt op bed gelegd, infuus aangebracht, monitor aangezet, oef die bloeddruk zie ik meteen, pilletje (onder de tong) gegeven, afgerond met het spuitje. “Come” klinkt het naast me. Pas versnellend, uitgedost met 2 schoudertassen en toilettas en getooid met roze mondkap en bril was het zonder twijfel een opvallend geheel. Dat dit nog lang niet achter de rug was, wist ik niet. 

Ik word naar de ingang van het ziekenhuis gebracht, bij de open deur, worden medische vragen gesteld, zorgpas en paspoort gekopieerd. Weer week de mannelijke helft van het ambulancepersoneel niet van mijn zijde. Plotseling staat de agent naast me. Hoe komt die nu opeens hier? Alle bootpapieren worden gecheckt, van verzekeringsbewijs schip, via vaarbewijzen, marifoniediploma’s, crewslijst tot de zeebrief! 

Nu wordt me eindelijk toegestaan zelfstandig terug naar de onderzoekskamer te gaan. De gang door, rechtsaf. De vrouwelijke arts vertelt net dat zij niet direct aan een hartaanval denkt, maar…..dat onderzoek in “the big hospital”, noodzakelijk is vanwege de bloeddruk en allerlei onderzoek ter bevestiging moet worden gedaan. Jan nemen ze mee, zij sommeert mij háár te volgen. Weer allerlei vragen; ze typt de ontslagbrief. 

Bij de uitgang staat verplegend personeel om me heen. Waar moet ik naar toe, hoe kom ik in het ziekenhuis en hoe héét dat ziekenhuis? Balen dat ik geen geld bij me heb. “Neem maar een taxi”, beet de arts vanachter haar bureau me zojuist nog toe. Ja, maar hoe, zonder geld? De agent komt naast me zitten en wil nog één keer de bootpapieren zien. Zuchtend, open ik wederom de schoudertas met map (gelukkig heeft Jan alles keurig op volgorde in plastic mapjes gestopt, heel prettig nu). De Zeebrief! In een apart blauw mapje uitgegeven door het Koninkrijk der Nederlanden, een gevoel van trots op dit officiële document overspoelt me. De man zocht naar het bewijs dat het schip van een registratienummer voorzien en gemerkt is! Hij wilde nog een keer het eigendomsbewijs en btw-verklaring zien. Ik klapte de map dicht, zette de tas weer naast de andere twee op mijn schoot. Begripvol knikt hij me aan en verdwijnt.

Buiten staan drie mannen te praten. In één ervan herken ik de medemenselijke ambulancebroeder in een andere de politieman. Ze wenken me: “You go, money not important”, en dragen me over aan een oudere man, die hoogstwaarschijnlijk de taxichauffeur is.

We rijden de snelweg op. Nu zie ik borden, Santiago de Compostella schiet er voorbij. Jeetje, dat is 70 km bij de boot vandaan! “Santiago Hospital?” probeer ik het nog een keer: Si, si, Universidad! Ah, het Universitair Ziekenhuis van Santiago dus! 

Een enorm gebouw doemt voor me op. De chauffeur brengt me naar binnen en gebaart me te wachten voor de receptie. Het is weer de ambulancebroeder die zich, na een discussie aan de receptie, naar me omdraait en voorgaat, daar gaat het weer, een lange gang, tientallen witte gordijnen dit keer, met hier een zichtbare voet, daar een hand, tikkende monitoren, zacht gekreun, naar adem snakkende geluiden, ik probeer hier zo snel en geruisloos mogelijk voorbij te lopen, hij stopt, schuift een gordijn open en yes: daar ligt Jan. Aan de monitor, twee infusen, tientallen elektroden, ligt hij grapjes te maken, dat hij tenminste niet naar Santiago de Compostella heeft hoeven lópen (zoals pelgrims doen). Mij wordt gesommeerd op een zwartlederen kleine stoel naast het bed te gaan zitten. Niet gaan lopen, stil zijn, want eigenlijk mag ik hier helemaal niet zijn (COVID). 

Heel veel bloedafnames en röntgenfoto’s volgen in ras tempo. Nu begint het wachten, af en toe vallen we wat in slaap, het licht is inmiddels uit, regelmatig opgeschrikt door de monitor praten we wat. Iets te drinken krijgen we niet, maar de onderzoeken lopen! Zes uur later, het licht gaat aan, TL-licht brengt ons allebei in één keer bij de les. Alle uitslagen waren GOED! ; geen hartfalen, de bloeddruk werd waarschijnlijk door spanning tot grote hoogte gebracht. Wel even in de gaten houden, maar de pijn wordt veroorzaakt door een spier! 

Opgelucht staan we nu snel buiten. Ik bel de taxi, met drie kwartier komt hij ons halen en levert ons bij het haventje af. We vragen hem via de vertaalapp te stoppen bij een geldautomaat, zodat we onze schulden kunnen voldoen. Een half uurtje later brengt de havenmeester ons naar het strand. Zijn vrienden blijken met een boot vóór ons te liggen! Met hun dinghy worden we naar de Anna Sophia 2 gebracht: eindelijk thuis! Nu douchen, eten en slapen. Nog even komt er een bijbootje langszij; met z’n allen hadden ze in het restaurant aan het strand gegeten de avond ervoor. Het schouwspel nauwlettend gevolgd. Allemaal gealarmeerd waren zij dus de mensen op de kade. Hoe het met ons ging en of we nog iets nodig hadden. En o ja, hij was arts, dus met medische vragen….

Ik vertel hem dat ik al een procedure had bedacht hoe, in geval van nood, de boot in mijn uppie in de haven te krijgen. Het antwoord: we hadden je allemaal geholpen, je bent niet alleen! Een ontroerend antwoord na een onzeker avontuur. 

Dank aan de Radio Medische Dienst, de Nederlandse Kustwacht, de Spaanse Kustwacht, de Salvamento Maritimo, het Ambulance Personeel, de havenmeester van Muros, het vertrouwen van de taxichauffeur, de artsen en zorg in het plaatselijke en het Universitaire Ziekenhuis en natuurlijk de medezeilers van de twee geankerde boten vóór ons! Wat een geoliede machine! en wat een fantastische mensen!

13 gedachten over “31 augustus 2021 – Een onzekere nacht, maar alleen ben je níet

  1. Loes en Hans zegt:

    Dat was even schrikken en dan in de rollercoaster en altijd is er een persoon die nabij is en helpt🙏.

    Gelukkig jullie zijn weer thuis, op het schip en nu maar bij komen en landen.

    In gedachten bij jullie, liefs Hans en Loes

  2. Henk Meulstee zegt:

    Ook met deze gebeurtenis achter de rug staat de geweldige relatie tussen jullie ( opgebouwd oa met jullie vorige reis ) als basis voor jullie onderneming…….geweldig !
    Als 80-jarige ben ik blij om jullie avonturen op redelijke afstand te mogen volgen en houdt het gezond samen……en vooral : geniet van elkaar !
    Groetjes van Barbara en Henk

    • Ben Rouwhorst zegt:

      Wat heftig en spannend allemaal! En samen zo goed opgelost, met de juiste acties en maatregelen. Respect!!!!

      Ben Rouwhorst

      PS Annelies, wat kan jij schrijven zeg!

  3. Henk Meulstee zegt:

    Proficiat met de goede afloop en ik hoop , dat jullie avontuur verder zonder al teveel tegenslag mag verlopen……..!
    Groetjes
    Barbara en Henk

  4. Henriette zegt:

    Wat een heftig verhaal. Ik schrik er wel erg van. Wat fijn dat jullie verstandig hebben gehandeld! Altijd moet jezelf op je eigen lichaam blijven letten. Maar dat hoef ik jullie niet te vertellen. Heftig. God dank dat jullie weer samen naar de boot zijn terug gegaan😘

  5. Ruud en Annemieke zegt:

    Hi Jan en Annelies! Wat een verhaal zeg. Schrikken ervan en zijn blij dat het zo goed is afgelopen. Ook voor ons een echte wake-up-call om alles nog veel beter voor te bereiden. En jullie hebben het al zo keurig voor elkaar met de papieren en zo. Dat moet bij ons nog beter worden en dat gaan we gelijk regelen. Annelies je zal best angstige momenten hebben gehad, zeker ook omdat je niet contact kon houden met Jan en onduidelijk was waar hij werd heengebracht en hoe het met hem ging. Kregen koude rillingen van het verhaal. Zijn erg blij dat het goed is afgelopen en zien dat jullie nu in Porto liggen! Veel plezier daar en we komen elkaar ergens in de middellandse Zee weer tegen! Wij liggen nu in albufeira. Lekker toeristisch😃 hartelijke groeten Van Ruud en Annemieke, Lady Di.

  6. Marlies Peters zegt:

    Hoi Jan en Annelies, Dat was echt schrikken. Jeetje en op anker en dan zo snelle actie. Goed gedaan hoor. Heftige uren maar gelukkig is alles okay met Jan. Je schrikt je rot en dan wordt je ook nog van elkaar gescheiden door de Covid regels. Gelukkig zijn jullie goed geholpen. En nu bijkomen. Sterkte, rustig aan en blijven genieten. Liefs van ons.

  7. Henny van Veen zegt:

    Hi Annelies, Jan. Zit net dit verhaal te lezen. Als er er achteraf niets aan de hand is, is het een mooi verhaal voor komende verjaardag. Als je in mallemolen zit is het net iets vervelender. Fijn dat het goed is afgelopen. Knopje om en morgen weer genieten. Behouden vaart gewenst. Henny

  8. Fanny en Onno van Steenwijk zegt:

    Lieve Annelies en Jan,
    Wat een spanning en een koelbloedigheid hebben jullie getoond. En hoe pakkend beschreven!
    Goede vaart verder met het vervolg van jullie reis!
    Succes ! Groetjes Fanny en Onno

  9. Raymond Sieben zegt:

    Hi Annelies en Jan, het leest als een spannend verhaal, maar als lezer realiseer ik mij al lezende dat het geen fictie is. Heftig hoor, maar gelukkig dat het met een sisser is afgelopen! Groetjes Raymond

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *