De nacht is donker, sterren flonkeren, maar het is koud en met het emmertje tussen mijn wanten geklemd merk ik het nauwelijks op. Het lijkt rustig op de plotter, de check afrondend hijs ik me op de bank en met twee handen aan de buiskap turen vermoeide ogen geconcentreerd de horizon af….
Het is vrijdagmiddag 20 mei, dat de Schip plots besluit een briefing te houden. Op de salontafel liggen opengeklapte pilots, laptop, een kaart, logboek en rekenmachine, erboven de ogen (die elke tegenspraak nutteloos maken) van een schipper die zojuist tot een conclusie kwam. “Vanaf zondag hebben we wind mee, windkracht 7, maar dat is geen probleem. Wanneer we ‘s middags vertrekken, zijn we met deze wind dinsdag bij het ochtendgloren in Cartagena. Dat is precies wat we willen, want dinsdag draait de wind tegen en woensdag zal er een gail door de straat razen. Dus als we mijlen willen maken gaan we dit window pakken! Wetende dat het punt niet de wind maar de bijbehorende golven is, buig ik me nu over de laptop en tuur naar de verwachte golfhoogte. Die meet 2 tot 3 meter. “Oké, ga morgen voor twee dagen koken, goed plan.”
Zondag
Na een afscheidskoffie op de Metaxa varen we na het middaguur naar buiten. Het waait 25 knopen en Jan doet met deze golfslag het zware dekwerk. Anna Sophia wordt door mij tussen diverse geankerde vrachtschepen gestuurd. “Anna Sophia2, Anna Sophia2” de marifoon! Tegelijk zien we een vrachtschip op ons afkomen! Snel besluit ik een stormrondje te varen, gas erop en 27.000 kg een cirkel laten maken. Het antwoord aan het vrachtschip was daarmee duidelijk en rustig varen we achter het containerschip langs. “Dat was dus de 1e dwarsligger” lach ik….
Wat een geweldige zeilmiddag. We zijn het eens; dit doet ons nog het meest aan de Atlantische Oversteek naar St. Lucia denken. Lekkere wind, oceaangolven achter, af en toe een schuiver, een crewmember (stuurautomaat) die keurig corrigeert. “Zullen we gaan eten?” Het is 18.00 uur en de verse huzarensalade lonkt vanuit de koelkast. Met een kommetje en een lepel is het genieten, de wind trekt wel door, maar oké. “Als dit zo blijft, hoor je mij niet klagen, wat heerlijk weer serieus onderweg te zijn.”
Vier zwakke schijnsels; twee aan bakboord en twee schuin achter ons. “Vreemd”, denk ik, vliegensvlug het beeldscherm vergrotend, en dan.. wint de adrenaline het van alle ongemak: containerschepen! vier stuks, snel klik ik ze aan: ja dat dacht ik al, allemaal met een CPA (closest point of approach) kleiner dan 200 m, die door de forse zeegang continue gevaarlijk dicht bij de 0 komt. Koortsachtig, wat niets met zeeziekte te maken heeft, overleg ik, het is stikdonker, het waait 35 knopen, de golven achter tikken de 4 meter aan, nú meer dan 20˚ verleggen kan niet, de winddruk in het zeil legt dan de boot plat. “Sh…, één voor één oproepen? Of algemene oproep met onze coördinaten? Waarschijnlijk krijg ik dan de vraag: starboard to starboard en …..dat is nu nèt wat niet kan. “Jan ik heb je nodig”, roep ik naar binnen.
Snel vliegt Jan naar buiten, snel reik ik hem reddingsvest en lifeline. De boot deint serieuzer nù dan onze beenkracht is. De Schip neemt snel een beslissing: “we gaan gijpen (kont door de wind), snel maak die lijn los, geef ruimte, ik draai het zeil (Genua) in en daarna snel weer naar buiten, de boot houdt wel even vaart, we zullen geen last van de golven hebben.
We gaan door de wind en de koers is verlegd!
Wat ben ik blij met mijn dubbele check, dit had zomaar mis kunnen gaan. De misselijkheid is terug, de marifoon hoor ik kraken: een zeiler die een containerschip oproept: “starboard to starboard” Ik spits mijn oren: “I cannot change my course under this circumstances, am sailing, please confirm.” Waarom niet? Waarschijnlijk vaart hij met uitgeboomde zeilen (melkmeisje). Wat ben ik blij dit te hebben overlegd en we er niet voor kozen, met snelheid maakt het niets uit (we varen hard, 8/9 knopen). Ik zal die flatgebouwen in de gaten houden stel ik Jan gerust, ga maar weer liggen en grijp naar het (inmiddels gedeelde) emmertje.
Tijdens deze wacht kraakt nog drie keer de marifoon, de zeiler met het melkmeisje, nerveuzer, meer eisend klinkt zijn oproep.
Maandag 23 mei
Op de doorleefde nacht volgt een rustige dag. We krijgen de kans de zeeziekte te smoren, want wind en golven nemen drastisch af! Eten doen we nog maar niet, houden het bij water en melk! Verzouten zitten we samen in het zonnetje wanneer Jan meedeelt stroom te gaan draaien.
“Wat is er?”
Hij kijkt vreemd, peinzend. “Olie bij de generator, ik start de motor.” Kan ook natuurlijk, pfff, afijn, van latere zorg!
En zo varen we door. We hebben veel tijd gewonnen en zullen vanavond (laat), in plaats van morgen bij het ochtendgloren, aankomen in Cartagena!
Cartagena
Het is donker en rustig varen we op de stad af. Jan doet het meeste werk aan dek, links en rechts liggen vrachtschepen voor anker. Zoals we gisteren vertrokken, lijken we aan te komen, met dit verschil dat het nu donker is en een vreemde haven aanvaren in het donker, tja dàt doet een zeiler niet graag…..
Het water is donker, erachter doemt de verlichte stad op, het is bijna onmogelijk ondanks dat we op de plotter varen, obstakels dichtbij te zien, dit weten we, maar elke situatie is anders, we tasten letterlijk in het duister.
“Ik zie een dam, die niet op de kaart staat, ga jij op de punt staan en kijk of je water blijft zien.”
17 Meter verderop; ik probeer me te concentreren op havenlichten, obstakels, een ijkpunt in de haven “Je mag schreeuwen”, hoor ik achter me. Wat is dat? Een vierkant stuk beton met een paal erop? Moeten we dat aan bak- of stuurboord houden. Snel naar achter, naar de cockpit. “Jan ik weet niet wat ik daar zie.” “Ik zie niets”, “Ja maar..” “ Ga maar weer terug”. Met de moed in mijn schoenen loop ik terug. Rustig nadert Anna Sophia “het obstakel”, laat het aan bakboord, het gaat goed! Opgelucht besluit ik terug te lopen en de haven op te roepen….
“YPC Cartagenea, YPC Cartagena, here Anna Sophia, Anna Sophia, over”. “We are entering the marina and ask for a berth.” We worden verwacht en de marinero geeft aanwijzingen. Dan: de Schip aarzelt, legt het schip stil! “Ik kan het niet ontwarren”, inderdaad we zien niets van de aanwijzingen, afstand is niet in te schatten, veel te donker en die lichten…Het zoeklicht! Het helpt niet, de Schip grijpt naar de marifoon en maakt zonder veel woorden duidelijk niets van de in te varen straat te zien! Jan daar! Lichtsignalen zwaaien driftig heen en weer, de marinero! Nu kennen we de richting van invaren! Maar moeten we voor of achter die catamaran langs, we moeten het nù weten, hebben geen manoeuvreerruimte meer!
Ik hoor Jan die vraag in de marifoon roepen! Ervóór is het antwoord en hang de stootwillen op de waterlijn, het ponton is erg laag. We zijn al bezig, hangen zes stootwillen lager en net op tijd draait Jan de straat in. De wind begint te loeien, ja hoor, het toetje krijgen we ook. Met vaste hand stuurt de Schip de zware dame met de neus in de wind de donkere box in, de aangesnelde marinero pakt de voorlijn, ikzelf beleg de middenbolder en achterlijn. YES!! we zijn geland.
Een kwartiertje later kruipen we in de salon tegen elkaar. Het was een serieuze tocht, werden getrakteerd op een tiental lastige containerschepen, maar we hadden dit avontuur voor geen goud willen missen.

Klinkt als een heftige tocht! Nice job! Grtz Ed
Dank je Ed. Jij kan het weten, de ene tocht is de andere niet en juist dat maakt zeilen zo avontuurlijk.
Wauw wat een avonturen allemaal. Fijn om te lezen dat het allemaal goed gaat met jullie.
Hallo Jan en Annelies wat een sindere verhalen brrrr
Hoi Jan en Annelies, leuk jullie verhalen en avonturen weer te lezen. We houden het toch maar liever bij onze camper avonturen. Wij toeren nu rond door zuid Engeland. Heerlijk genieten.
Groet Marja en Gert-Jan